[home] [biografie] [discografie instrumentals]
EDDY CHRISTIANI

De Nederlandse electrische gitaar pionier
biografie
| 1918 | Eduard Christiani wordt op 21 april 1918 in Den Haag geboren. Niet lang daarna komt zijn vader te overlijden. Zijn moeder is een rusteloze vrouw en ze verhuizen regelmatig. |
| 1930 | Als hij 12
is wonen ze aan de Reinier Claeszenstraat in Amsterdam-West. Zijn moeder stuurt hem met
een gulden naar de helderziende, mijnheer Spee in de Derde Helmersstraat. Hij voorspelt
hem: Je zult een instrument met snaren gaan bespelen. Ondertussen was hij aan het oefenen gegaan op zijn ukelele. Uit een dun oefenboekje haalt hij de grepen. Vier streepjes stellen de snaren voor en de stipjes erin de plaatsen waar je je vingertoppen moet zetten. |
| 1932 | Op zijn 14e verjaardag krijgt hij een Spaanse gitaar van zijn oom Mathieu. Zijn moeder heeft geen geld om hem op gitaarles te sturen. Boeken met gitaar accoorden en voorbeelden had je ook nog nauwelijks en zodoende moet Eddy zelf zijn eigen techniek op dit instrument ontwikkelen. Als hij na 3 maanden enigzins gitaar kan spelen organiseert hij met buurtviendje Dick Maten (later bekend geworden als Dick Wama, met de grote snor van de Wama's) een 'avondconcert' op het Dacostaplein en het eerste nummer wat ze spelen is Im Nobodys Sweetheart, de grote hit van The Mills Brothers uit 1931. |
| 1933 - 1935 |
Het gaat
steeds beter met de 'autodidact' op gitaar. Hij verwaarloost wel zijn school en maakt het
derde leerjaar van de mulo niet af. Hij wil proberen met gitaar spelen zijn geld te
verdienen. Zijn eerste optreden is met een groepje tijdens een jaarfeest van een Amsterdamse vereniging. Iedereen zou 50 cent krijgen, maar na afloop blijkt er geen geld voor de gages te zijn. Hij leert Joop Heerholtz kennen in de muziekhandel van Joop's vader in de Raadhuissstraat. Joop laat hem thuis platen van Django Reinhardt horen en Django wordt het idool waar Eddy zich aan optrekt. Joop legt contacten voor hem bij het dansorkest de Milano Band, waar hij zelf trompet speelt. Eddy krijgt 2,50 gulden per optreden. Hij wordt lid van het maandblad de Jazzwereld en de daaraan verbonden Nederlandse Hot Club, later de Nederlandse Jazzliga. Eddy krijgt een uitnodiging van de Nederlandse Hot Club (NHC)voor een jazz-uitvoering met een quintet bestaande uit 3 gitaren, bas en viool in het Amsterdamse Concertgebouw.
Met de Spaanse gitaar van oom Mathieu loopt het slecht af. Tijdens een kanovaart op de Prinsengracht neemt hij zijn gitaar mee om de meisjes ermee te imponeren. Als zijn peddel in het water valt probeert hij met behulp van zijn gitaar aan de kant te komen. Helaas verdwijnt zijn gitaar naar de bodem van de Prinsengracht. Eddy kan een Harmony gitaar lenen van Joop Heerholtz, totdat hij zelf genoeg geld heeft om een nieuwe gitaar te kopen.
|
| 1936 - 1937 |
Met heel
veel moeite komt hij in het bezit van 78 toeren platen opgenomen in de 20-er jaren van de
Amerikaanse gitarist Eddie Lang en violist Giuseppe 'Joe' Venuti.
Lang speelt vloeiende lijnen op twee of drie snaren (single-string stijl, met plektrum
tussen duim en wijsvinger) en improviseert dan op een thema. Hij duwt ook een bepaalde
snaar een beetje op, zodat een klagend geluid (blue note) ontstaat. De single-string stijl
van Eddie Lang is evenals die van Django Reinhardt een
van zijn grote invloeden.
Als 17-jarige krijgt Eddy werk aangeboden in het trio van accordeonist John de Mol (de vader van John de Mol Sr. en grootvader van John en Linda de Mol). Het orkest bestaan verder uit pianist Maup Agstribbe en drummer Freddy de Ruyter. Na enkele maanden inwerken in Café Mooy aan de Nieuwendijk gaat Eddy eindelijk 7,50 per week verdienen voor een engagement van het Orkest John de Mol in het café-cabaret van de wielrenner Piet Moeskops (in de 20er jaren vijfvoudig Wereldkampioen Sprint), in de Warmoesstraat. Van zijn eerste weekloon bij Moeskops koopt Eddy direct een Amerikaanse Gibson Kalamazoo Jumbo gitaar bij Joop Heerholtz voor 35 gulden. Hij mag hem afbetalen met 2,50 gulden per maand.
Het Orkest John de Mol gaat verder als John de Mol & his Swing Specials en de gage van Eddy is ondertussen 10 gulden per week. Tijdens een optreden bij Moeskops hoort Eddy dat zijn idool Django Reinhardt in Negro Palace (later Palace) op het Thorbeckeplein aan het spelen is. Tijdens een kwartiertje pauze rent hij er snel naar toe en kan vanaf de ingang nog even een minuut naar binnen kijken. Hij moet weer terug maar heeft de Selmer gitaar van Django gezien en een sextool-akkoord (G6) in zijn hoofd geprent. Eddy vertelt later: De muzikant die ik het meest bewonderde, heb ik in mijn hele leven misschien zestig seconden mogen zien. Na hun succes bij Moeskops krijgen ze een engagement in De Arena, een feestzaal op de Nieuwendijk.
Eddy maakt zijn eerste compositie Sunny Madeira (It's The Land Of My Own) gebaseerd op de accoorden van Lulu's Back In Time. De Engelse tekst is van Jack Millar |
| 1938 | John
de Mol & his Swing Specials komen daarna eindelijk op Het Rembrandtsplein
terecht in De Kroon. De bezetting bestaat dan naast John de Mol (accordeon)
en Eddy Christiani (gitaar) uit Eddy de Jong (piano), Bobby
Gans (drums) en James Grootkerk (speelt jazz op een harp). Na
het engagement komt het orkest een tijdje zonder werk te zitten. Er breken moeilijke
tijden aan. Op 31 mei 1938 maakt hij zijn radiodebuut als zanger/gitarist van de Nederlandse Hot Club met het door hem gezongen nummer Blue Moon in het AVRO radioprogramma Licht en Vrolijk, gepresenteerd door Frits Thors (later bekend geworden op de TV, als de nieuwslezer met de zilveren haren). Eddy woont bij John de Mol thuis in en het lukt hem om af en toe nog wat werk te vinden. Hij mag een keertje meespelen in het orkest van Harry Large (dat is Harry de Groot, zijn oude schoolmakker van de mulo, die piano en accordeon speelt). Hij werkt ook een paar maal mee in het dansorkestje van saxofonist Max Woiski. Via wat blufpoker reclame van John de Mol krijgen ze uiteindelijk een aanbieding van de VARA om op 6 oktober 1938 's middags een uur muziek op de radio te verzorgen om-en-om met het Orkest Eddy Walis. De gage is 20 gulden per musicus. De bezetting van het radio-orkest John de Mol is als volgt: John de Mol (accordeon, zang), Eddy Christiani (gitaar, zang), Mark 'spanky' ten Kaat (piano), Antoine 'muis' Martron (drums en washboard). Ze spelen die middag o.a. de instrumentale stukken Limehouse Blues, Wabash Blues, When Buddha Smiles (met gitaarsolo) en Dr. Hekill & Mr. Jyde (met gitaarsolo). Frans Wouters komt de Swing Specials op bas versterken en ze blijven regelmatig optreden voor de VARA microfoons op. Via contacten van Frans Wouters met de KRO treden ze daar gedurende 2 maanden met hetzelfde orkest op als Frans Wouters en zijn KRO-meeuwen. Met de goede verdiensten van de radio optredens koopt Eddy naar het voorbeeld van Django Reinhardt een Selmer Maccaferri D-Hole Jazz gitaar bij muziekhandel Weerts op de Singel
De swing begint in 1938 ons land te veroveren. Eddy begint druk bij te schnabelen. Hij speelt regelmatig voor dansschool Wim van Beek in de Koningszaal van Artis. Werkt in Den Bosch en Eindhoven met The Swinging Stars. Van impressario Max van Gelder krijgt Eddy een engagement van drie maanden bij orkestleider Han Sodekamp in de Hamdorff in Laren. De gage bedraagt 45 gulden per week. Een vermogen in die tijd! |
| 1939 | De radio
bezetting van John de Mol & his Swing Specials is versterkt met
slaggitarist Cor Baan. Bassist Frans Wouters neem
de leiding van het ensemble over van accordeonist John de Mol. Ze werken
contracten af in Groningen, Leeuwarden, Heerlen, Amsterdam (Savoy Club)
en Rotterdam (Hotel Coomans). Tussendoor werken ze nog regelmatig voor de VARA-radio. Eddy speelt ook nog een tijdje in het orkest van drummer Willy Kok in de dancing Winkels (Kalverstraat). In die periode neemt Charlie Christian zijn allereerste electrische gitaarsolos op met zijn Gibson ES-150 gitaar als gitarist van het Benny Goodman Sextet in de studio. Vooral in het nummer Solo Flight zet hij letterlijk de toon, die tot op de dag van vandaag als norm geldt voor jazz gitaristen. |
| 1940 | In mei
1940 speelt het orkest van Frans Wouters in Tabaris in de Wagenstraat,
Den Haag in de volgende bezetting: Frans Wouters (bas), John de
Mol (accordeon/zang), Eddy Christiani (gitaar/zang), Eddy
de Jong (piano), Boy Edgar (trompet) en Kid Dynamite
(tenorsax). Met een nieuwe bezetting (zie foto hieronder) vervolgen ze in de eerste oorlogsmaanden hun optreden met nog veel Amerikaanse muziek in de nieuwe zaak Caliente aan de Lijnbaansgracht. Een zaak in Latin stijl met een nagebouwde patio en een 'Mexicaanse' binnenplaats.
Op een dag hoort Eddy het gerucht dat er in Amsterdam een electrische gitaar te koop is bij Muziekschool Zwaag aan de Jacob van Lennepkade. Hij gaat er direct op af en de gitaar een Epiphone Electar Model M blijkt het krankzinnige bedrag van 495 gulden te moeten kosten. Zoveel geld had hij niet, maar hij kan hem op afbetaling meenemen. De prijs is wel inclusief koffer en een 15 Watt buizenversterker met Goodmans speakers. Muziekschool Zwaag heeft in 1939 twee Epiphone Electar Model M gitaren met versterkers geïmporteerd. Waarschijnlijk hebben ze op de muziekschool de Epiphone Electar versterkers zelf omgebouwd. Een maand of wat na het uitbreken van de oorlog biedt de muziekschool de gitaren met versterkers te koop aan. Eddy koopt een van de exemplaren en de andere is in het bezit gekomen van het Hawaiian ensemble De Honolulu Queens.
Met zijn electrische gitaar veroorzaakt hij in het orkest van Frans Wouters een ware revolutie. De klank van het orkest verandert van de ene dag op de andere. Eddy hoeft nu niet meer met zijn gitaar achter de microfoon te gaan staan. Hij kan rustig blijven zitten en geraffineerd overgangen en chorusjes maken.
Vanwege de opvallende klank van zijn electrische Epiphone gitaar wordt Eddy door producer Ger Oordt (later oprichter van Bovema) gevraagd om een paar platen te maken met het trio van accordeonist Jacques Gerlagh. Voor het platenmerk Kristall worden voor het eerst in Nederland instrumentale opnamen gemaakt met een electrische gitaar in de studio (Ons Gebouw, Hilversum). In The Mood en Melodia verschijnen ieder op plaat met een door Eddy in het Afrikaans gezongen nummer op de andere kant. Eddy krijgt 10 gulden voor zijn bijdrage.
|
| 1941 | De Duitse
bezetters staan geen Engelstalige liedjes meer toe op de radio. Tegen wil en dank begint
Eddy in de eerste oorlogsjaren met het orkest Frans Wouters steeds meer
Nederlandse liedjes te zingen. Hij vindt zelf dat hij helemaal geen stem heeft (hij is
kortademig) en speelt veel liever gitaar. Zijn zangstijl die men ritmisch en brokkelig
noemt is toch zijn handelsmerk geworden. Zelf heeft hij erg goed naar Bing Crosby,
Cab Calloway, Al Bowlly en Ella Fitzgerald geluisterd en heeft
van Bing Crosby het syncopische, het vóór en achter de maat zingen
overgenomen.
Eddy laat zijn Engels nummer Sunny Madeira vertalen door tekstdichter Han Dunk. Zonnig Madeira stijgt naar de top en Eddy is van af dat moment enorm populair aan het worden als zanger van het Nederlandse lied.
Eddy Christiani neemt als eerste Nederlandse gitarist een electrische gitaarsolo op in Ons Gebouw in Hilversum. The Windmill is een door hemzelf geschreven instrumentaal nummer. Uitgebracht door het Orkest Frans Wouters op Imperial H 35004 (78 toeren) in september 1941. geluidsfragment gitaarsolo
Eddy Christiani speelt bas op de eerste 9 (78 toeren) platen van The Kilima Hawaiians, waaronder Ajoen Ajoen, Hilo March en On The Beach At Waikiki. Bill Buysman heeft in de studio Eddy's versterker mogen gebruiken. |
| 1942 | Frans
Wouters en zijn Dansorkest bestaat uit: Frans Wouters (bas), John
de Mol (accordeon), Eddy Christiani (elec. gitaar), Herman
Vis (gitaar), Giles Pirotte (piano), Antoine 'Muis'
Martron (drums) en Theo van Brinkom (viool). Van Brinkom
vertrekt en zijn plaats wordt ingenomen door Frans Poptie. Tot voorjaar
1955 zal hij als arrangeur, orkestleider en componist met Eddy Christiani samenwerken.
Met de revue Elck wat wils trekt het orkest van Frans Wouters door Nederland. John de Mol verlaat het orkest. Daarna gaat Eddy bij de Hongaarse pianist Sandor Vidak in de Caramella bar in Amsterdam spelen. Jan Mol neemt de plaats van Eddy in bij Frans Wouters. Voor de radio (soms drie maal per week) spelen Eddy en Jan Mol wél samen. Met name op hun gitaarsolo Hilversum Expresse komt veel fanmail binnen. |
| 1943 | John
de Mol is de artistiek leider van De Flamingo-Revue, waarmee hij
door het land trekt. Het orkest Frans Wouters gaat mee op tournee in de volgende
bezetting: Frans Wouters (bas), Jan Gorissen
(accordeon), Frans Poptie (viool), Gilles Pirotte
(piano), Wim van Steenderen (klarinet), Coen van Nassau
(vibrafoon), Bud van Hooren (drums), Jan Mol (gitaar) en
Eddy Christiani (gitaar/zang) Met zijn lied Ouwe Taaie (Yippy Yippy Yay) krijgt Eddy problemen met de Duitse censuur, het lied wordt verboden. Christiani weigert lid te worden van de Kultuurkamer en duikt onder in België. Zijn Epiphone gitaar en versterker neemt hij mee. |
| 1944 | Eddy neemt 8 nummers op in Fonior Studio voor het Belgische Deacca label in Brussel, waanonder Ik Zie De Zon. Na de bevrijding van Brussel gaat Eddy in een Engels legerorkest de Army Troupers spelen. Achter de frontlinies trekt hij mee Duitsland in. De stroomvoorziening is een probleem en vaak is zijn versterker aangesloten op 2 grote accu's uit een legertruck. |
| 1945 | In Bonn kan hij zich aansluiten bij de beroemde Cold Stream Guards (The Guards Divisional Dance Orchestra) en krijgt de rang van 1e luitenant.
|
| 1946 | In Hamburg
treedt Eddy als gastsolist op voor de BFN (British Forces Network) en speelt Hilversum
Expresse, voor de gelegenheid omgedoopt tot Leave Train Special. Eddy Christiani keert terug naar Nederland. Van zijn laatste geld koopt hij een accoustische Roger gitaar. De electrische Epiphone was een wrak geworden na al het gesleep langs het front. Hij componeert zijn 2e gitaarsolo Au Revoir. De bladmuziek hiervan wordt uitgegeven door Metro Music in Amsterdam. Met het opnieuw opgerichte orkest van Frans Wouters speelt Eddy o.a. in Denemarken (Arhus) en zo'n anderhalf jaar in La Gaité (boven-achter in Tuschinski, Amsterdam) |
| 1947 | Frans
Wouters richt zijn sextet Vincentino op, genoemd naar zijn pasgeboren
zoon. Eddy Christiani en arrangeur/violist Frans Poptie maken er deel van
uit. In juli 1947 verschijnt de allereerste publicatie over Eddy Christiani in Tuney Tunes. |
| 1948 |
|
| 1949 | Accordeola
is het nieuwe VARA-radio orkest o.l.v. Frans Wouters (later Jan Gorissen). Het ensemble is
opgebouwd rond de 3 knopaccordeonisten Jan Gorissen, Jaap Valkhoff en Johnny
Holshuysen (de latere John Woodhouse). Max van Praag
volgt Eddy als zanger op. Eddy Christiani werkt mee aan enkele radio programma's van The Skymasters. |
| 1950 | Met het accordeon ensemble Harmonetto o.l.v. Tom Erich neemt Eddy weer een aantal grote hits op. Het orkest met o.a. Johnny Meyer en Coen van Orsouw op accordeon is regelmatig voor de AVRO-radio te beluisteren en samen met het trio The Chico's vormen ze Tom's Prairi Pioniers. Eddy Christiani is ook aanwezig met zijn gitaar en vokale bijdragen op een aantal platen op Decca van deze combinatie. |
| 1951 | De
populariteit van Eddy Christiani heeft ondertussen reusachtige vormen aangenomen. Hij is
een waar popidool geworden. Om aan de vele aanbiedingen te kunnen voldoen besluit Eddy
samen met Frans Poptie zijn eigen ensemble op te richten. Het Ensemble
Eddy Christiani o.l.v. Frans Poptie.
|
| 1952 |
|
| 1953 | Aan het
jarenlange contract met Phonogram komt een einde. Sedert 1941 is het overgrote deel van al
zijn 78-toeren platen op het Decca uitgebracht. In maart 1953 tekent hij samen met zijn
orkestleider Frans Poptie een overeenkomst met Bovema in Haarlem en zijn platen zullen nu
op het Elite en Columbia label verschijnen. In het contract is opgenomen dat Eddy ook
gitaarsoli gaat opnemen. De opnamen zullen worden opgenomen in de Electrola studio in
Keulen. Tijdens een van de allereerste sessies in Keulen worden de instrumentals Hilversum Espresse (Eddy maakt met zijn gitaar een treinimitatie. Het is een compositie van Jan Mol en Eddie Christiani, die reeds in de oorlogsjaren door het Orkest Frans Wouters gespeeld werd) en You're The Cream In My Coffee opgenomen. Op de achterkant van een van grote hits (Rosemarie Polka) is Guitar Taptoe, het allereerste pure gitaarwerk van Christiani te vinden.(78 toeren Columbia DH 528) Eddy Christiani gaat op een electrische Framus gitaar spelen. Het model 'Billy Lorento' is ontworpen door de Duitse jazz gitarist Willi Stich. Later zal hij in Amerika als Bill Lawrence een grote naam opbouwen als ontwerper van gitaarelementen. Een van Eddy's gitaarstukken heet dan ook toepasselijk Lorento Rag. Het is jammer genoeg nooit op plaat verschenen.
De lezers van het muziekblad Tuney Tunes verkiezen Eddy Christiani tot de populairste zanger van Nederland. Hij blijft bovenaan in de poll staan tot en met 1956.
|
| 1954 | Guitar
Taptoe wordt opnieuw uitgebracht met Guitar Potpourri (78 toeren Columbia DH
542). Op 18 november 1954 neemt het Ensemble Eddy Christiani de instrumental Flighty
Flies (Christiani/Poptie) in Keulen op.
Eddy Christiani krijgt als eerste Nederlandse zanger een gouden plaat (78 toeren!) voor zijn hit Zeemanshart (een compositie van Coen van Orsouw en tekst van Johnny Hoes)
|
| 1955 | In april 1955 komt er een einde aan de zakelijke samenwerking tussen Eddy Christiani en Frans Poptie. Muzikaal en vriendschappelijk komen ze elkaar nog regelmatig tegen. Eddy begint zijn eigen all-round ensemble: Orkest Eddy Christiani met Rinus van Galen (piano, accordeon, clavioline, tuttivox, gitaar, bas, trompet, viool), Freddy Verdo (accordeon, piano, slagwerk, clavioline, tuttivox), Kees Noordijk (klarinet, altsax, accordeon), Bobby van Eekhout (slagwerk, piano), John de Mol Sr (de vader van Linda en John de Mol jr- bas en zang) en Eddy Christiani (gitaar en zang)
De grammofoonplaten van het Orkest Eddy christiani ook wel Novelty Orchestra Eddy Christiani genoemd, worden in de 2e helft van 1955 exclusief uitgebracht op het RONDO label van de Fa. H. Munnikendam te Amsterdam, tevens importeur van het Franse Festival en Amerikaanse DOT label.
|
| 1956 | Eddy is als
gitarist betrokken bij de eerste LP van Frans Poptie. Onder de naam Frans Poptie
en zijn Solisten nemen ze op 23 februari 1956 en 18 november 1956 de volgende
instrumentale nummers op: Coquette, Snowy Blues, In A Beach Chair, Baby's Dream,
Spring Board (Christiani/Poptie), Just Blowing, In A Hurry en Morinah (oude
herkenningstune van het combo Vincentino). De overige musici zijn: Willy
Langestraat (klarinet), Eddy Sanchez (vibrafoon), Herman
Vis (ritmegitaar), Wim Kastelein (bas), Bud van Hooren
en Martin Beekmans (drums) In de zomer van 1956 speelt Eddy met zijn Eddy Christiani Sextet in het Casino in Noordwijk en in een dancing op het Rembrandsplein met een moderne jazzy line-up: Cees smal (trombone), Harry Verbeeke (tenorsax), Rob Young (bas), Frank Jonkers (drums), Cees Slinger (piano) en Eddy Christiani (gitaar en zang) |
| 1957 | Aan het
contract met Grammofoonplatenmy Bovema komt een einde. De rock & roll begint ook
Nederland te veroveren. Op een van zijn laatste platen op Columbia probeert Eddy nog op de
wagen te springen met zijn nummer: Ik Fluit De Rock en Roll. Eddy besluit te stoppen met het opnemen van platen en zich meer op studiowerk toe te leggen als sessie gitarist. Hij is met o.a. Harry de Groot (piano), Eddy de Jong (orgel), Dub Dubois (bas) en Nico Prins (drums) actief voor Artone Gramophone (opgericht in 1956). Hij zal in de toekomst betrokken worden bij plaatopnamen van bekende Artone artiesten als Willy Schobben, De Selvera's en The Padre Twins. Eddy werkt ook mee aan diverse reclamespotjes en jingles voor Radio Luxemburg. |
| 1958 | Eddy
Christiani gaat op een Gretsch gitaar met Bigsby vibrato-arm
spelen. Model 6120 Chet Atkins Nashville. De Nederlandse zanger/gitarist
Van Wood (Peter van Houten) was hem in Italië al voorgegaan met een Gretsch
6136 White Falcon. Eddy is ondertussen een groot bewonderaar van Chet
Atkins geworden en zal hem later persoonlijk leren kennen.
Op 40jarige leeftijd heeft Eddy zichzelf nog de 'fingerpicking style' van Chet Atkins aangeleerd (met een 'thumb-pick' om de duim, plus nog extra 3 vingers erbij om de diverse 'rolls' te kunnen uitvoeren). |
| 1959 | Hij is betrokken bij de rock & roll plaat van Diny Snijders & The Rocking Stars (studiomuzikanten met Eddy Christiani op sologitaar. Wie Wie Wie / De Rock School (Artone DR 25.041) |
| 1960 | Eddy speelt sologitaar op de platen van Winny Dobber. Bongo Boy / Ay Ay Ay Cabellero (Artone DR 25.058) en Nooit Op Zondag (Never On Sunday) /Waarom Johnny (Artone DR 25.070). |
| 1961 | Met
Sucu Sucu (Mijn Sombrero) maakt Eddy Christiani een come-back op het Artone label. El
Sucu Sucu is oorspronkelijk een nummer uit 1958 van de Argentijnse charanga, viool en
pianospeelster Tarateño Rojas. In 1960 treedt de Argentijnse zanger Alberto
Cortez in Knokke op, waar hij Sucu Sucu voor het eerst in Europa
presenteert. Hij neemt de song in België op voor het Moonglow label en het wordt een hit.
In 1961 neemt de Belgische orkestleider Al Verlane & zijn orkest Villa Montebello (locatie Antwerpse jazzclub) het nummer Sucu Sucu op met de zanger Ping Ping. Sucu Sucu verschijnt opnieuw in de Belgische hitparade, maar de plaat komt ook in de Nederlandse en Duitse Top 10. In Engeland scoort het Laurie Johnson Orchestra een grote hit met het nummer als Suku Suku, het is de tune van de TV serie "Top Secret". Eddy Christiani neemt op verzoek van producer Lion Swaab een Nederlandstalige en een originele Spaanse versie op. De Spaanse versie wordt in Duitsland en Scandinavië op Columbia uitgebracht en in Amerika op Mercury. Alleen Ping Ping scoort in 1961 een klein hitje in de Amerkaanse Cashbox Top 100. Eddy is op 25 maart 1961 met Sucu Suco op TV te zien in Marinade (NCRV).
Op het Artone label verschijnt ook de eerste instrumentale single van Eddy Christiani. Het zijn de nummers Televisie Polka en Wiener Märchen. Het zijn multirecordings (7 dubbings met 2 synchroon lopende tape recorders) in de stijl van Les Paul. Eddy gat ook experimenteren met een Binson echo apparaat. Eddy Christiani scoort met 2 platen in de Duitse Top 40. Bananas En Habana staat op no.25 in juli 1961 en met zijn song Marianne bereikt hij de 28e plaats in augustus 1961. Hij verhuisd van de Amsterdamse De Clercqstraat (waar zijn vrouw Henny enkele jaren Sigarenmazijn Christiaanse heeft gehad) naar de Jan van Goyenlaan in Amstelveen, waar hij tot op de dag van vandaag nog woont. |
| 1962 | Dit jaar
ontdekken veel jonge aankomende gitaristen, dat Eddy Christiani ook opwindende
gitaarstukken kan spelen. Zijn single Little Geisha / Du, Du Liegst Mir Im Herzen
past helemaal in de stijl van de Nederlandse gitaargroepen (Shadows- en Indorock bandjes).
De componisten Eddy Christiani en Tom Erich van Little Geisha zijn duidelijk
geïnspireerd door Wheels van The String-A-Longs. Du, Du
Liegst Mir Im Herzen is een bewerking van een stokoud volksliedje uit Noord
Duitsland. De sporen lopen terug naar 1820. Het is in een schitterende lange echo sound
gedompeld. Speciaal voor de Duitse platenmarkt nemen Johnny & The Hurricanes
ook een uitvoering van Du, Du Liegst Mir Im Herzen op. Beide nummers verschijnen
op het repertoire van een groot aantal Nederlandse gitaargroepen. Tony & his
Magic Rhythms, een bekende Indo-rock band uit Dordrecht spelen Little Geisha
dat jaar live op de radio. geluidsfragment
In 1963 wordt Little Geisha gecoverd door de bekende Duitse studio gitarist Ladi Geisler (hij speelt mee op alle Polydor hits van Freddy Quinn en is verantwoordelijk voor de kenmerkende gitaarrifjes in het orkest van Bert Kaempfert). De single verschijnt onder de naam Ladi Geisler & Die Tonics (Polydor). In Nieuw Zeeland komt in 1963 een uitvoering van Little Geisha als Geisha Girl op de markt van gitarist Bob Paris op het Philips label.
Du, Du Liegst Mir Im Herzen wordt in 1963 opgenomen als door de Leidse gitaargroep The Jumping Strings. Het nummer blijft op de plank liggen tot 1993. Rarity Records brengt het nummer uit onder de titel Du Hast Meine Herzen op de CD "Collector Items 3 - Rare & Unreleased" Eddy is in het seizoen 1962/1963 maandelijks op TV met het orkest van Harry de Groot in de NCRV uitzendingen van Riedels en Fiedels. In elke uitzending mag Eddy een solonummer spelen. Zo komen Afscheid, Lorento Rag, Guitar Taptoe, Hilversum Espresse, De Fluisterende Bossa Nova, Gitaar Wals en Wilde Ganzen aan bod. Met zijn eigen compositie Wilde Ganzen is hij op 9 november 1962 te zien op TV. Eddy had dit nummer geschreven met Duane Eddy en The Shadows in zijn achterhoofd. Een demo van het nummer wordt ook aan Hank Marvin aangeboden, maar hij krijgt netjes bericht terug van het management dat ze al voldoende materiaal hebben.
Eddy Christiani wordt in 1962 en 1963 door de lezers van het maandblad "Muziek Parade"' uitgeroepen tot de populairste Nederlandse gitarist! |
| 1963 | De
instrumentale single Wilde Ganzen (Wild Geese) / Guitar Waltz wordt begin 1963 op
Artone uitgebracht. The Shadows hebben er niets mee
gedaan, maar The Jumping Jewels maken een sprankelende gitaaruitvoering
van Wild Geese. Uitgebracht op Philips single, EP en LP ("Jumpin'
High").
De Deense multi-gitarist Erik Kaare neemt een cover op van Wild Geese, uitgebracht op Triola. In Frankrijk wordt het door de accordeonist Marcel 'Rocky' Azzola opgenomen en uitgebracht als Mon Vieux Joë(EP Western Gala - Festival) Eddy Christiani zit in 1962 in een jury van Artone Records die positief beslist over een platencontract van The Giants. Sarie Marijs en vooral Ajoen Ajoen van Willy & his Giants worden goed verkocht. In 1963 wordt door producer Lion Swaab aan Eddy gevraagd om in 4 nummers van de groep achteraf nog een extra gitaarpartij in te spelen. Het zijn de nummers Sarina, Terang Boelan, Auld Lang Syne en Guitar Battle Blues. Willy Wissink is er niet zo blij mee en eerlijk gezegd past het extra gitaartje niet helemaal bij deze produktie, maar daar is uiteindelijk de producer verantwoordelijk voor. Eddy gaat spelen in het Kwartet Tonny Eyk met verder drummer Nico Prins en bassist Dub Dubois. Het combo is vooral actief met begeleidingswerk voor radio en televisie. Voor de KRO werken ze mee aan Alex van Wayenburg's radio-ziekenbezoek programma "de Zonnebloem". |
| 1965 | Op de NCRV
radio (Koffiekamer) speelt Eddy elke donderdagavond een nieuwe gitaarsolo. De luisteraars
moeten daarvoor een titel bedenken. Dat heeft hij 5 jaar vol gehouden met elke week een
nummer in een andere stijl en ritme. Tonny Eyk produceert zijn laatste instrumentale single voor Artone. Troika Jenka (E.Christiani) / Happy Jenka (T.Eyk).
Eddy wordt door Conamus onderscheiden met De Gouden Harp. De Gouden Harp is een oeuvreprijs voor een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse muziek. |
| 1966 | Met het
combo van Tonny Eyk is Eddy ook sedert de zomer van 1966 jarenlang te
zien op TV bij Willem Duys in Voor De Vuist Weg. Eddy Christiani koopt zijn 2e Gretsch gitaar. Model 6122 Country Gentleman. Toby Rix neemt zijn Gretsch 6120 Chet Atkins van hem over. In de 70-er jaren schaft hij ook een Gretch 6136 White Falcon aan, die hij speciaal gebruikt voor optredens. Eddy is al in het bezit van een Gretsch 6160 Chet Atkins versterker.
|
| 1968 | Opnieuw een
come-back voor Eddy Christiani via zijn plaat Loulou (een liedje uit 1928 van Louis
'Kobus Kuch' Noiret) op het CNR label, die de 21e plaats van de Top 40 bereikt.
Trotser is hij op het feit dat hij zijn 1e gitaar LP met eigen werk mag vol spelen. Op die
LP "Continental Tour" (CNR SKLP 4276) is ook een nieuwe versie van Wild
Geese te beluisteren. Het repertoire is door Eddy reeds eerder speciaal gecomponeerd
voor zijn wekelijkse optredens voor de NCRV radio. Er worden ook 2 instrumentale
singles met nummers van de LP uitgebracht. Ragtime Baby / Lovers Theme en Chanson
Anonyme / Adieu. Een aantal jaren later brengt CNR de LP opnieuw uit als
"Instrumentale Favorieten".
|
| 1969 | Het
hernieuwde succes van Eddy brengt Artone Records op het idee om al zijn Artone singles uit
de periode 1961-1965 op LP uit te brengen. Het is de LP "14 Populaire Successen"
(Artone BDJ S-1520) met 8 instrumentals en 6 vokale nummers.
Het boek "Het Stond In De Sterren", de biografie van Eddy Christiani geschreven door 'ghostwriter' Herman Pieter de Boer ligt in de boekenwinkels. Uitgave van Born N.V. Amsterdam/Assen.
|
| 1971 | Op 17 september 1971 wordt de TROS special "Het Stond In De Sterren" op TV uitgezonden. |
| 1973 | Ruim 40
jaar is Eddy Christiani nu actief als gitarist en dat brengt de nieuwe platenmaatschappij
BASF op het idee om een LP van Eddy uit te brengen met gitaarwerk. Op deze LP "Guitar
Talk" (BASF 11-25300-7) is wederom van de veelzijdigheid van Eddy Christiani als
gitarist te genieten. Van het jazzy Guitar Talk à la Chet Atkins tot
het effectvolle The Happy Tubaplayer en de volle gitaarsound in The End Of
The Trail, wat zo als filmmuziek in een western gebruikt kan worden.
|
| 1975 | Van 1975 tot 1985 presenteert Eddy op de TROS radio (Hilversum 4) zijn eigen programma "Guitariteiten", waar al zijn eigen favorieten zoals Eddie Lang, Lonnie Johnson, Eddie Durham, Django Reinhardt, Charlie Christian, Chet Atkins, Eddie Bickert, Karl Press, Barney Kessel enz. enz. uitgebreid aan bod komen. |
| 1981 | Bert
Bossink, uitgever van het blad "The (Fabulous) Sounds Of The 60's" maakt een
groot intervieuw met Eddie Christiani als gitarist. Het artikel verschijnt in 1982 in het
boek "Hollandse Instrumentale Produkties 1958 - 1982", een uitgave in eigen
beheer van George Evers.
|
| 1998 | Op SamSam Music verschijnt de CD "Continental Tour". Hierop is Eddy's instrumentale gitaar LP uit 1968 (CNR) en 8 nummers uit zijn Artone periode 1961-1965 in perfecte kwaliteit te beluisteren. In de CD informatie staat te lezen: In de tegenstelling tot wat men denkt over Eddy Christiani is dat hij eigenlijk een instrumentalist is maar bekend werd door zijn zangnummers |
| 2005 | (p) Piet
Muys (december 2005)
|