LANGDONK (Roosendaal)
Het oude Langdonk van vóór 1972
BOEREN OP LANGDONK door C.C.A. (Cees) Elsten
«home
Boeren op Langdonk
Op 13 februari 1782
ging Servatius van Osta naar notaris Jan Fercken in Roosendaal om zijn testament te laten
maken. Hij was bijna zeventig jaar, hij was twee keer getrouwd geweest en hij had vijf
kinderen gehad. Maar toen hij naar de notaris ging, waren er nog maar drie in leven en ook
zijn tweede echtgenote was al weer zeventien jaar geleden gestorven. Hij woonde nu in bij
zijn dochter Johanna, die 42 jaar was en ook al weer veertien jaar getrouwd. Ze had met
haar man Marijn Broos een gezin met zeven jonge kinderen en er zou nog een achtste geboren
worden. Ze woonden allemaal op Langdonk op de hoek van de Turfvaart en de straat, aan de
noordkant. Er woonde op Langdonk ook nog familie van hem, het gezin van een zuster van
zijn vrouw, die zelf ook al lang dood was. Omdat Servatius flink wat grond had, die
afkomstig was van de familie van zijn eerste vrouw, vond hij het nodig om voor zijn drie
nog in leven zijnde kinderen in zijn testament alles goed te regelen.
De notaris
gebruikte in het testament van 13 februari 1782 zijn doopnaam Servatius, de akte is
ondertekend met de naam Servaes maar hij werd zonder twijfel aangesproken als Faas. Zijn
voorouders krijgen in de doopboeken allemaal de toevoeging Faassen mee, ook wel Vaessen of
Faesen, meestal als patroniem, samen met de achternaam Van Osta, maar in de oudere
generaties zullen er ook familieleden geweest zijn die alleen de naam Faassen of varianten
daarvan meekregen. De voornaam Servatius was in de familie gekomen door een van de
voorouders, Geertruyd Servaes Stoffelen, die op 28 januari 1640 in Essen getrouwd was met
Adrianus Gomarus Lenaertden van Osta. Vanaf die datum bleef de naam Servaas, Faas, Servé
tot op de dag van vandaag in de familie Van Osta-Broos voorkomen.
Faas
van Osta is gedoopt in de St Jan in Roosendaal op 7 oktober 1712. Zijn vader was
Christophorus Fasen van Osta en zijn moeder Machtildis Cornelissen Domburgh. Via de
doopregisters zijn verre voorouders tot in de zestiende eeuw gemakkelijk te traceren. Waar
deze mensen precies woonden is mij niet bekend, maar het zal, ruim geformuleerd, zeker aan
de zuidkant van Roosendaal geweest zijn: zijn voorouders zijn gedoopt in Essen en een
enkele keer wordt ook over Borteldonk gesproken. Ze woonden zeker ook op Langdonk, maar
waar precies is voorlopig nog onduidelijk.
De familie Adden
Op 10 mei 1739 was
Faas van Osta getrouwd met Adriana Maria Adden, die geboren was op 26 maart 1713. De
achternaam Adden komt in Roosendaal niet veel voor. Een enkele maal wordt Adriana ook
Arden genoemd en dan is de stap naar Aerden en varianten niet groot. Ze was de dochter van
Antonius Machielsen Adden en Paschasia Cornelisse Mangelaars die op 18 februari 1703 in
Roosendaal getrouwd zijn. Ook van Adriana zijn gemakkelijk via de doopregisters veel
voorouders te vinden, maar hier lijken de sporen meer in de richting van Wouw te wijzen.
Faas van Osta en
Adriana Adden woonden zeker op Langdonk, maar waar ze precies gingen wonen toen ze
getrouwd zijn is mij nog niet duidelijk. Op Langdonk woonde in die tijd ook Jacobus van
He(ij)st, die op 23 januari 1735 getrouwd was met Cornelia Adden (geb. 24 juli 1711), de
zuster van Adriana. Die hadden twee kinderen, Stephanus (30 nov 1735) en Paschasia (13 aug
1737). Cornelia Adden stierf al op 8 augustus 1739, waarna Jacobus van Heijst op 3 mei
1741 trouwde met Anna Uytdewiligen. Hij bleef wel op Langdonk wonen en hij kreeg nog meer
kinderen. Tenslotte woonde (of ze had er grond) in dezelfde tijd op Langdonk ook nog
Barbara Adden (geb. 8 dec 1719) die op 5 aug 1742 getrouwd was met Adrianus Vos. Deze
Barbara was een nicht van Adriana en Cornelia. Zij was namelijk de dochter van Adrianus
Michielsen Adden en haar moeder heette ook (Adriana) Mangeleers. Adrianus en Antonius
Adden waren dus waarschijnlijk met twee zussen getrouwd. Ze woonden dicht bij elkaar en de
familiebanden zullen dus intensief geweest zijn. Barbara Adden en Adrianus Vos kregen ook
kinderen: Adriana werd geboren op 16 mei 1743 en Anna Maria op 24 februari 1745. Ze hadden
nog meer kinderen: de laatste zoon (Adrianus) werd geboren op 7 maart 1751. Kort daarna,
op 3 juni 1751, is Barbara overleden. Kennelijk werd een vroege dood verwacht want op 29
mei van 1751 was Barbara met haar man Adrianus Vos naar Notaris Bosschart gegaan om haar
testament te laten maken. Adrianus Vos is op 16 mei 1756 hertrouwd met Dingena Vadden in
Wouw. Of zij op Langdonk bleven wonen is niet duidelijk, maar voor de geschiedenis van het
grondbezit op Langdonk waren vooral de twee zussen Adriana en Anna Maria Vos van belang,
want uit het testament van 1782 blijkt dat Servaas van Osta de boerderij die hij toen
bewoonde, samen met het gezin van zijn dochter, had overgenomen van Adriana en Anna Maria
Vos. Nog later blijkt dat het hier gaat om de boerderij die in de twintigste eeuw op
Langdonk het huisnummer 1 had.

Luchtfoto van boerderij Langdonksestraat 1 (fotocollectie: D. Broos-Potters)
Uit het
voorafgaande is wel duidelijk geworden dat de familie Adden zo in het midden van de
achttiende eeuw op Langdonk veel grond had. Omdat het vooral de vrouwen waren die in de
vererving een rol speelden, is de achternaam Adden in de tweede helft van die eeuw op
Langdonk al vrijwel verdwenen. Omdat al deze Addens bovendien jong gestorven zijn en
gezinnen met jonge kinderen achter lieten, is de vererving via bijvoorbeeld
voogdijregelingen veelal ingewikkeld geweest. Pas kort na 1800 wordt veel duidelijker om
welk grondbezit en om welke boerderijen het precies ging.
Uit latere stukken
blijkt dat de grond die in handen was van de nakomelingen van Adriana Adden (en Servaas
van Osta) in het algemeen aan de oostkant van de turfvaart lag, de grond die in handen was
van de nakomelingen van Jacobus van Heijst en Cornelia Adden zal mogelijk meer aan de
westkant van de vaart gelegen hebben. Gedacht kan worden aan de boerderij van (in de
twintigste eeuw) Romme en mogelijk andere boerderijen op Borteldonk of aan de Nispenseweg.
Anthony
Anthonissen Adden
Een mooi voorbeeld van
enerzijds de gecompliceerdheid van de familierelaties en anderzijds van de manier waarop
het grondbezit in de achttiende eeuw bij elkaar gehouden werd, levert het testament van
Anthony Anthonissen Adden. Anthony was een ongetrouwde broer van Adriana en Cornelia
Adden. Hij woonde waarschijnlijk bij Adriana en Servaas van Osta in, want hij bezat wel
grond maar geen woning. Het testament is bovendien een mooi voorbeeld van het fraaie maar
verhullende taalgebruik van notaris Jacob van Sinnen (7 april 1754). Het begint als volgt:
In den name onzes Heeren
compareerde voor mij Jacob van Sinnen, notaris,
binnen de vrijheid Rosendaal residerende, ten presentie en overstaan van de nagenoemde
getuigen, Anthony Anthonissen Adden, meerderjarig jongman, woonagtigh alhier, mij notaris
en getuigen bekent, sieckelijck na den lichame, doch niet te min sijn verstant en
uytspraeke hebbende en gebruikende, zoals op het passeren dezes quam te blijcken,
denwelcke in aenmerkinge van de broosheid en verganckelijkheijd van s menschen
leven, ja hoe schielijck en onverwagt hetselve dickwils wordt afgesneden, egter niet
willende uit dese werelt scheijden, sonder alvorens te disponeren en te bevelen van sijne
tijdelijcke na te latene middelen, verklaerende hetselve te doen bij en mits deses in
voege en maniere als volgt.
Anthony laat in dit
testament zijn bezittingen na aan zijn zuster Adriana (of haar kind), aan de kinderen van
zijn overleden zuster Cornelia en aan het kind van zijn overleden broer Pieter. Zuster
Adriana erft grond die op Langdonk lag, de kinderen van zuster Cornelia erven ook wat
grond o.a. op de Kortendijk en het kind van broer Pieter erft ook nog grond o.a. op
Vinkenbroek. Buiten de gewone testamentaire bepalingen als wie er moet zorgen voor de
begrafenis, wordt ook nog nadrukkelijk bepaald dat het kind van zijn broer Pieter
twee tinnen schotelen moet krijgen. Adriana en Cornelia erfden overigens ook
de inboedel: linnen en wollen en andere roerlijke goederen, goud en zilver, gemunt en
ongemunt, actiën en credieten. Servaas van Osta en Jacobus van Heijst krijgen een
belangrijke rol bij de uitvoering van het testament, als voogd voor de minderjarigen die
erin genoemd werden.
Maar uit het
hele testament blijkt ook dat op 7 april 1754 van de erflater Anthony alleen zuster
Adriana nog in leven was. Adriana had drie kinderen gehad: daarvan was er nog één in
leven (Johanna, ze was veertien jaar). Verder leefden er nog twee kinderen van zuster
Cornelia en één van broer Pieter. De erflater zelf had zijn dood kennelijk voelen
aankomen: hij overleed nog in hetzelfde jaar. Zijn zuster Adriana stierf op 21 april 1756.
Van Van Osta naar Broos
Dus in dat jaar was
Servatius van Osta weduwnaar geworden. Financieel had hij waarschijnlijk goed geboerd,
maar in zijn gezin had hij enorm veel tegenslag gehad. Op 14 mei 1758 is hij hertrouwd met
Soetjen Gommers. In de stukken wordt zij ook Soa of Sura genoemd. Ze was geboren op 23
oktober 1727. Ze kregen twee kinderen: Adriaan werd geboren op 13 februari 1759 en
Gerardina op 5 april 1762. Maar de voorspoed in het gezin was weer van korte duur, want op
27 mei 1765 overleed Soetjen Gommers. Intussen was dochter Johanna wel volwassen geworden
en zij zal zeker als de boerin op de boerderij, waar ze al lang woonden, zijn
gaan optreden. Ze zal zeker, gezien alles wat er de voorbije jaren gebeurd was, als een
rijke erfdochter beschouwd zijn. Maar meer nog blijkt dat voor ons uit wat er de volgende
jaren gebeurd is. Toen ze 28 jaar was trouwde ze in Roosendaal met Marijn Broos, op 1 mei
1768.
Marijn Broos
was geboren op 29 april 1737 als zoon van Adrianus Janssen Broos (geboren te Essen op 8
januari 1699) en Cornelia Matthijsse Mertens (geboren te Roosendaal op 28 mei 1704).
Cornelia Mertens was al eerder getrouwd geweest ( op 3 november 1726) met Jacob Andries de
Wael die ook uit Essen kwam (geboren 11 maart 1701). Maar haar eerste echtgenoot was al in
1729 overleden. Ook de tweede echtgenoot van Cornelia Mertens is niet oud geworden.
Adrianus Broos, met wie ze op 3 augustus 1732 was getrouwd, overleed op 8 oktober 1737, 38
jaar oud dus. Cornelia Mertens huwde daarna nog een derde keer: met Martien Jongenelen uit
Zegge (geboren op 7 november 1713 en begraven in Roosendaal op 18 januari 1764).
Cornelia Mertens overleed te Roosendaal op 18 september 1779.
Waar Cornelia
Mertens woonde en waar Marijn Broos zijn jeugd heeft doorgebracht is mij niet bekend.
Evenmin is het bekend of Marijn van zijn ouders grond geërfd heeft die later in de
nalatenschap van Johanna van Osta en Marijn Broos een rol heeft gespeeld.
De naam Broos
is dus in elk geval vanaf 1768 op Langdonk aanwezig. Eerst op één boerderij, een
generatie verder op drie boerderijen. De naam is zeker afgeleid van de heiligennaam
Ambrosius. Na 1768 is er eenduidigheid in de schrijfwijze, maar voor die tijd komen
varianten voor als Brosius, Brosis, Brosens, Brosus, Broses. De naam komt tamelijk veel
voor. Wie op internet de normale zoekprocedures gebruikt, belandt tamelijk snel bij
kwartierstaten over de naam Broos, bijvoorbeeld in België en Midden-Brabant. Om welke
reden de Heilige Ambrosius populair als naamgever is geworden, is mij niet bekend. Er is
wel beweerd dat Ambrosius de patroonheilige van de bijenhouders was. Misschien ligt hier
een verband.
In het gezin
van Marinus Broos en Johanna van Osta werden tussen 1769 en 1784 acht kinderen geboren. Je
zou hier kunnen zeggen dat alles klassiek verliep. Marinus en Johanna waren in
mei 1768 getrouwd. Een jaar later, opnieuw in mei, werd het eerste kind geboren, een
jongen, die genoemd werd naar de overleden grootvader van vaderskant: Adrianus. Als peter
trad op Servatius van Osta, als meter Cornelia Mertens; gewoon opa en oma dus. Bij drie
van de later geboren kinderen komt bij peter en meter ook de naam Jongenelen voor. De
familie dus van de derde man van Cornelia Mertens. Kennelijk was de familieband daarvoor
sterk genoeg. Hetzelfde geldt voor de naam Gommers, van de tweede vrouw van Servatius van
Osta. Helaas was het voor die tijd ook gewoon dat van de acht kinderen die in
dit gezin geboren werden, er maar vier volwassen werden: toen Servatius en Johanna hun
bezittingen gingen verdelen, leefden er nog drie zonen en een dochter. Maar dat zou nog
een hele tijd duren.
Het testament van Servatius
van Osta
Zo was dus de
familie- en gezinssituatie waarin Servatius van Osta leefde, toen hij op 13 februari 1782
naar notaris Fercken ging voor zijn testament. Hij woonde in bij zijn dochter Johanna, die
42 jaar was, getrouwd met Marijn Broos, die samen (mogelijk) zeven kinderen hadden,
waarvan de oudste dertien jaar was en de jongste twee jaar. Verder woonden nog bij hen in
(waarschijnlijk) de twee kinderen, Adrianus en Gerardina, uit zijn tweede huwelijk (met
Soetje Gommers) die 20 en 23 jaar waren.
Het testament ademt
in de aanhef nog de sfeer van vóór de Franse Revolutie:
Compareerde voor mij Jan Fercken, openbaar notaris
bij de edelen moogenden Souverijnen Raade en Leenhoven van Brabant en Landen van Overmase
in s- Gravenhage gecreërt en geadmitteerd en nogh geadmitteerd bij
haar Edele mogende dHeeren President, Raden en Reekenmeesters van sijn
doorluchtigste Hoogheid den Heere Prince van Orange en Nassau etc. etc. etc. binnen de
Vrijheid Roosendael residerende in presentie van de getuijgen nagenoemt, Servaas van Osta,
bouwman, woonende op Langdonk onder dese vrijheid Roosendael, mij notaris bekend
Het testament zelf
houdt in dat de drie kinderen van Servatius alle drie éénderde part erven, maar met dien
verstande dat eerst de hele boedel onverdeeld moet blijven totdat ook het jongste kind
vijfentwintig jaar is. Dus nog vijf jaar. Daarna zou Johanna het recht krijgen de hele
boerderij (grond en gebouwen) over te nemen en bij elkaar te houden, voor een bedrag dat
door drie taxateurs, voor elk kind één, zou worden vastgesteld. Daarbij wordt dan
nadrukkelijk vermeld dat het hierbij gaat om de boerderij die Servatius zelf heeft
overgenomen van Adriana en Maria Vos. De strekking van het testament is daarmee wel
duidelijk. Servatius beseft dat de grond die hij bezit, in de familie is gekomen via de
moeder van zijn dochter Johanna en hij vindt dat de nakomelingen van die tak recht hebben
op hoeve en grond. Zijn andere twee kinderen worden inzoverre eerlijk behandeld dat zij
schadeloos worden gesteld met elk éénderde part in geld. Johanna erft bovendien alle
roerende goederen. Zolang er niet tot daadwerkelijkde deling wordt overgegaan, zijn ook
voor Johanna alle revenuen, baaten en
inkomsten vandien, die sullen moeten worden genooten en geprofiteerd tot onderhoudinge en
alimentatie van de geheele huijshoudinge sooals deselve actueel of bij vervolg zal
bestaan..
Als voogd over de
minderjarige kinderen werd benoemd Cornelis van Heijst, de man van de zuster van de eerste
vrouw van Servatius, die ook nog op Langdonk woonde.
Marijn Broos en Johanna van
Osta
Servatius van Osta
stierf op 20 mei 1788. Ook zijn jongste kind was toen meerderjarig (Gerardina was 26
jaar). Ongetwijfeld is alles verdeeld in de geest van het in 1782 gemaakte testament.
Adriaan en Gerardina van Osta spelen naar mijn idee vanaf die tijd geen rol meer in het
grondbezit op Langdonk. Marijn Broos en Johanna van Osta bleven op Langdonk wonen,
gedurende de bewogen jaren die volgden. In 1784 werd hun laatste kind, het achtste,
geboren. De kinderen die later bij de vererving (in 1822) nog leefden, waren Adrianus
(geboren 14 mei 1769), Servatius (geboren 1 augustus 1771), Adriana (geboren 16 maart
1774) en Cornelis (geboren 1 september 1780). Er werd op Langdonk goed geboerd. Uit
verschillende stukken blijkt dat Marijn Broos er grond bij kocht. Via de schotboeken kan
precies uitgezocht worden om welke grond het gaat. Ook de bovenbehandelde vererving kan
met de schotboeken veel nauwkeuriger van perceel naar perceel beschreven worden, maar ik
wil me hier beperken tot een behandeling per generatie.
Het gezin van
Marijn Broos en Johanna van Osta is van groot belang geweest bij de vererving van de grond
op Langdonk. Maar juist deze generatie is in deze familiegeschiedenis ook om andere
redenen interessant. Het was namelijk juist in deze tijd dat grote historische
ontwikkelingen plaatsvonden. Toen de kinderen van Marijn en Johanna geboren werden,
bestond de oude republiek nog, met daarin de bijzondere positie van Brabant. De
Verlichtingsidealen met vrijheid, gelijkheid broederschap waren nog niet in wetgeving
verankerd. Eén generatie verder was Nederland, samen met België, een koninkrijk, was er
sprake geweest van de Bataafse Omwenteling, was Lodewijk Napoleon en later Napoleon zelf
aan de macht geweest, met enorme veldslagen en oorlogen, was er aan een nieuwe grondwet
gewerkt. Toen dit alles gebeurde waren de kinderen van Marijn en Johanna (jonge)
volwassenen en verder onderzoek naar de wederwaardigheden van juist deze generatie zou
interessante resultaten kunnen opleveren. Hebben ze meegedaan, hebben ze ervan
geprofiteerd, hebben ze stelling genomen, hebben ze eronder geleden?
Hoe zullen al
deze mensen in de dagelijkse omgang aangesproken zijn? Ze zullen de namen gehad hebben die
ook veel later in Roosendaal nog algemeen gebruikelijk waren. Adrianus werd dus Janus of
Arjaan genoemd, Marinus was Marijn of Rinus, anderen heetten Toon, Jan, Kees en in deze
familie ook Faas. En Johanna zal Jo(ke), Sjo(ke), Jans genoemd zijn.
Johanna van
Osta overleed op 31 augustus 1820, tachtig jaar oud, Marijn Broos overleed op 11 december
1821, 84 jaar oud. In mei 1818 hadden ze hun gouden bruiloft gevierd.
Boedelscheiding in 1822
Op 23 augustus 1822
beschreef notaris Petrus van Vught de boedelscheiding van Marijn Broos en Johanna van
Osta. De totale besomming beliep f.22.000. Er waren nog vier kinderen in leven. Er kan
waarschijnlijk ook geconcludeerd worden dat er van de andere kinderen geen
nakomelingen in leven waren. Elk kind erfde grond, geld of goederen ter waarde van
f.5.500. De drie zonen erfden alledrie een boerderij met grond op Langdonk, dochter
Adriana erfde losse grond en geld. Buiten de boerderij waarop ze gewoond hadden, hadden
Marijn Broos en Johanna van Osta dus nog twee boerderijen erbij verworven. Ze hebben zelf
gewoond op de kruising Langdonksestraat/Turfvaart aan de noordoostkant (het latere
Langdonk 1), ze hebben de boerderij op dezelfde kruising aan de zuidoostkant (het latere
Langdonk 10) en de boerderij de Lindenburg erbij gekocht of geërfd.
Nogmaals de familie
Adden
De geschiedenis van
de vererving van het latere Langdonk 10 is ingewikkeld en niet geheel duidelijk. Volgens
een akte van 7 januari 1815 bij Petrus van Vught hebben Marijn Broos en Johanna van
Osta twee derde parten gekocht van bedoelde boerderij van Stephanus van Heijst die
op Hulsdonk woonde en van Cornelia van Heijst die met haar man Adriaan Snels in Leur
woonde. Stephanus van Heijst was een zoon van Jacobus van Heijst, die vroeger ook op
Langdonk gewoond had. Het andere derde part had Johanna van Osta al in haar bezit. Het
gaat hier kennelijk om een erfdeel van de oude familie Adden, al in 1754 bij notaris van
Sinnen beschreven, en wel van Pieter Anthonissen Adden, die dus een oom van Johanna van
Osta was. Deze Pieter Adden had een zoon, Antonius Petrus Adden, geboren 3 september 1750.
Het is de zoon die bij een vorige vererving de twee tinnen schotelen kreeg.
Die is priester geworden en in Goes op 25 februari 1806 overleden. Deze priester heeft op
2 oktober 1775 bij notaris Carolus Ludovicus Delcor in Ukkel bij Brussel zijn testament
laten maken. De inhoud ervan is mij niet bekend. Voor de successierechten wordt in 1806
aangifte gedaan door Nicolaas de Greef die in Zegge woonde. In de akte van 7 januari 1815
wordt deze Nicolaas als partij genoemd: nu hij is overleden kunnen de kinderen Van Heijst
hun erfdeel verkopen. Bij de verkoop moeten de kopers wel accepteren dat de gekochte
goederen nog verhuurd zijn en wel voor 103 gulden per jaar tot SteMaartendage
in 1820 aan Huybregt en Cornelis Paassen. Of er sprake is van een familierelatie van
Nicolaas de Greef met de familie Van Heijst/Adden is niet duidelijk. De naam De Greef kwam
ook in de twintigste eeuw nog voor als naam van grondbezitters op Langdonk. Voor de grote
lijn van de vererving op Langdonk bewijst dit alles alleen maar dat de boerderij Langdonk
10 in de vroege achttiende eeuw ook al in het bezit van de familie Adden was. In een
Schepenakte van 1737 wordt verwezen naar grondaankopen door de familie Adden in 1704 en
1708. Alleen is voor mij onduidelijk om welke grond het precies gaat en bovendien is voor
mij niet vast te stellen wanneer de boerderijen zelf, de gebouwen, neergezet zijn. Een
enkele keer wordt in dit vroege stadium iets duidelijk gemaakt wanneer ook de
belendening beschreven wordt, dat wil zeggen dat aangegeven wordt aan de grond
van wie een bepaald stuk grond grenst. Daaruit zou dan kunnen worden afgeleid dat al voor
1700 op de boerderij Langdonk 10 Jan Faesse van Osta woonde: dezelfde namen keren steeds
weer terug.
Aankopen door Marijn Broos en
Johanna van Osta
Marijn Broos en
Johanna van Osta hebben de Hoeve Lindenburgh op 1 maart 1803 gekocht van
Engelbert Leenders, die op zijn beurt de boerderij verworven had op 2 april 1779. ( Is
hier een verklaring voor de naamgeving: Leenders, Linders, Lindenburg ? Of is het juist
omgekeerd: is de persoonsnaam afgeleid van de boerderijnaam?) De vermeldingen komen uit de
schotboeken, waarin voor deze boerderij ook al een verwijzing voorkomt naar 1696. Toen
bestond deze hoeve kennelijk al. Maar omdat hier een geheel nieuwe familienaam opduikt,
heb ik in de voorgeschiedenis nog niet verder gezocht.

Luchtfoto van boerderij Hoeve Lindenburg (fotocollectie: A.
van Oers-Broeren)
Op 22
december 1798 hebben Marijn Broos en Johanna van Osta op Langdonk ook nog heel wat grond
gekocht van Rudolph Heller. Op 31 mei 1816 kochten ze grond van Dominicus van der Heijden,
ook op Langdonk, beschreven door Petrus van Vught.
Maar al vroeg
begonnen de Langdonkse boeren ook grond te kopen die wat verder weg lag. Met name grond in
de made. Servaas Broos, zoon van Marijn dus, kocht in de Vroenhoutse Maade omtrent
den Holterberg op 20 juni 1815 (een spannende periode in de Europese geschiedenis:
twee dagen nadat Napoleon bij Waterloo definitief verslagen is) bij een publieke verkoping
een stuk grond van drie gemeten zesenvijftig roeden. De interesse van Servaas
Broos voor dat gedeelte van Roosendaal is daarmee aangegeven, maar ook dat de kinderen van
Marijn en Johanna eigenlijk voor de boedelscheiding al lang voor zichzelf begonnen waren.
In feite was de boedel tot 1822 onverdeeld, in de praktijk zullen de kinderen al veel
eerder hun positie ingenomen hebben. De oudste van hen was tenslotte al 51 jaar toen de
boedel verdeeld werd
Nogmaals de akte van 1822.
Bij de verdeling
van 1822 is bepaald dat Servatius Broos (geboren 1 augustus 1771) De Lindenburg erfde, met
bijbehorende grond, broer Antonius ( geboren 27 april 1777) erfde de boerderij aan de
zuidkant van de Langdonksestraat met grond en broer Cornelis (geboren 1 augustus 1780)
kreeg de boerderij aan de noordkant van de straat toebedeeld, als jongste zoon, die
ongetrouwd bij zijn ouders tot hun dood had ingewoond. Dochter Adriana (geboren 16 maart
1773) erfde ook nog flinke stukken grond op Langdonk en op de Kortendijk.
Adriana was
getrouwd op 20 oktober 1811 met Sebastiaan Brouwers (geboren in Wouw op 4 november 1774),
maar die was al op 28 september 1819 overleden. Ze is op 26 november 1820 hertrouwd met
Anthonie de Wit uit Steenbergen. Die is overleden op 50-jarige leeftijd, op 2 oktober
1836. Adriana Broos wordt steeds aangeduid als tapster. Toen ook haar tweede man was
overleden zou ze gewoond hebben in Roosendaal op Markt 7 bij haar nicht Anna Cornelia
Broos, die getrouwd was met de grutter Godefridus Dekkers. Adriana is zelf overleden op 27
december 1853. Omdat we de grote lijn volgen en Adriana wel grond maar geen boerderij op
Langdonk had, verdwijnt ze hier uit deze beschrijving.
Er zijn nog
twee redenen waarom de uitvoerige boedelbeschrijving van 1822 voor het grondbezit op
Langdonk van belang is. Ten eerste worden er veel grondeigenaren in genoemd die
aangrenzende grond in hun bezit hadden. Zodat er ook een beeld ontstaat over de grond die
niet van de families Adden, Van Osta, Vos afkomstig was. Het zou te ver gaan ze allemaal
op te noemen, maar toch een paar namen: Dominicus van der Heijden (voor het latere
Langdonk 14), Adriaan Goderie, Marinus van Meel, de weduwe Lucas van Gogh (voor het latere
Langdonk 12), de weduwe Cornelis Vos, de heer du Toy (een grootgrondbezitter?), Willem
Meesters. Ten tweede worden vrijwel alle percelen ook met een naam aangeduid, waarvan
sommige zeker nog lang gebruikt zijn: Agter de Schuur, Het agterste veld, De middelste
Blok, de Huysakker, den Haverblok, het Langveld, het Spuyke, het Spoeltje, de Paardewey,
de Wolleweijkes, het Hoogleen enz. Een speciale studie waard!
De Lindenburg.
Bij de
boedelscheiding van 1822 heeft Servatius Broos dus de boerderij De Lindenburg geërfd. Het
is niet waarschijnlijk dat hij er toen ook pas ging wonen. Maar wanneer hij precies de
woning heeft betrokken en de grond in gebruik heeft genomen is mij niet bekend. Servatius
was in 1822 tenslotte al 51 jaar. Hij was getrouwd op 31 oktober 1802 met Joanna Brouwers
uit Wouw (op de Achterhoek?), gedoopt 24 oktober 1779 in Nispen. Zij was een zuster van
Sebastiaan Brouwers, de man van zijn zuster Adriana. Hun eerste kind, Anna Cornelia, was
geboren op 3 september 1803. Zij is al op 10 januari 1822 getrouwd met Godefridus Dekkers,
de grutter, bij wie veel later Adriana, haar tante, ging inwonen Op 15 december 1805
werd hun zoon Marinus geboren en op 18 september 1813 een dochter Anna Maria die op 30
juni 1836 trouwde met Johan Baptist van Pul (geb. 24 januari 1812, overleden 12 december
1894). Ze kregen nog meer kinderen, maar het zijn de twee laatstgenoemden die in verband
met (de grond van) De Lindenburg nog een rol zullen spelen. In 1815 had Faas
Broos-Brouwers op zijn eigen naam al grond gekocht in de maden aan de andere kant van
Roosendaal. Dus toen in 1822 de boedelscheiding definitief werd had Servatius een gezin
met al (bijna) volwassen kinderen en waarschijnlijk ook al een stevig eigen bedrijf. Het
was de zoon Marinus die later De Lindenburg overnam. Hij trouwde pas op 58-jarige leeftijd
met Maria Elisabeth Brouwers uit Huybergen (geboren op 1 mei 1827) en zij kregen op 19 mei
1865 een zoon die ze weer de naam Servaas gaven. Maar deze Servaas was nog maar 7 jaar
toen zijn vader stierf en zijn moeder overleed toen hij twaalf jaar was. Van 1877 tot 1882
verbleef Servaas bij de broeders op het Instituut St. Louis in Oudenbosch, maar en
hier komen we voor het eerst op het terrein van de mondelinge overlevering, in de
Kruislandse tak van de familie Broos- hij zou verder opgevoed zijn door Trieneke van
Pul (is Lucia Catharina van Pul), een dochter dus van de zojuist genoemde Anna Maria Broos
en Johan Baptist van Pul. Het is ook deze familie Van Pul, met zeven kinderen geboren
tussen 1845 en 1857, waarvan er enkele ongetrouwd bleven, die toen de feitelijke bewoners
van De Lindenburg geweest zijn. Catharina van Pul, Trieneke, de pleegmoeder (?) van
Servaas, is geboren op 22 maart 1857 en overleden op 6 juli 1944. Zij zou gewoond hebben
op een boeltje gelegen aan de Nispenseweg, ongeveer tegenover de boerderij van F. van
Gastel, bij de kruising met de rondweg. Deze laatste gegevens zijn voor mij niet meer
controleerbaar.
Hoe rond 1880 de
eigendomsverhoudingen tussen de jonge Servaas Broos en de familie Van Pul waren, is mij
ook niet geheel bekend (duidelijk). Wel staat vast dat Servaas Broos op twee zittingen
(bij inzet en afmijnen) op 30 september en 14 oktober 1891 ten overstaan van Notaris van
Wijngaarden te Willemstad in Kruisland 34 hectare grond heeft gekocht voor f.45.000.- In
hetzelfde jaar op 22 december heeft Servaas op Langdonk een hoeveelheid grond verkocht,
ook enkele percelen aan familieleden die ook op Langdonk woonden.
Daarmee verdween
deze tak van de familie Broos van Langdonk, want Servaas ging wonen op de
Holterbergsedijk 2, in Kruisland. De hele twintigste eeuw hebben daar nog leden van de
familie Broos gewoond. Servaas trouwde met Elisabeth van Overveld, die ook uit die
omgeving kwam. Servaas is 51 jaar geworden, gestorven in 1916. De laatste twee jaar van
zijn leven was hij geheel blind. Zijn vrouw Elisabeth overleed in 1931.
Ook staat vast dat
op 4 augustus 1917 bij Notaris van Liebergen onder andere in opdracht van Cornelis van
Pul, Petrus van Pul, Franciscus van Pul, Anna Maria van Pul de boerderij De Lindenburg de
inzet was van een openbare verkoping. De boerderij werd nogal versnipperd, maar de hoeve
zelf werd voor f.11.000.- gekocht door Cornelis Broeren, die overigens bij deze aankoop
meedeelde dat hij een deel had gekocht in opdracht van Petrus Johannes Looyen. Er werden
ook heel wat stukken losse grond verkocht, maar een opvallende grondaankoop werd gedaan
door Arie van Deyssel, die in zijn hoedanigheid van Directeur van het St Joseph
Missiehuis, voor f.3.500.- de kopen vier, vijf en zes naar zich toe haalde. Cornelis
Broeren was geboren op 29 december 1870 en overleden te Roosendaal op 20 november 1936. Na
hem was de hoofdbewoner op De Lindenburg Marinus Johannes Broeren, geboren 13 september
1907, na de dood van zijn vader, op 30 maart 1937 getrouwd met Johanna Loos, geboren op 4
februari 1910 in Rucphen.
Langdonksestraat 10
Bij de verdeling
van 1822 was de boerderij aan de zuidkant van de straat (Langdonksestraat 10) dus in bezit
gekomen van Antonius Broos. In feite zal deze boerderij, net als De Lindenburg, wel eerder
door Antonius in gebruik genomen zijn, maar hoe dat precies gegaan is, is niet duidelijk.
Een complicerende factor was hier nog dat het ook om grond ging, die verhuurd was (zie
boven). Antonius was geboren op 27 april 1777 en hij is op 29 juli 1810 getrouwd met
Catharina Kerstens. Hun eerste kind, Jacobus, is geboren op 26 mei 1812. Daarna kwam
dochter Johanna op 26 april 1814, zoon Adrianus op 1 juni 1816 en zoon Cornelis op 21 mei
1822. Er kwamen nog meer kinderen, maar die worden in de vererving niet meer genoemd. Ook
Antonius had dus bij de verdeling in 1822 al een gezin met opgroeiende kinderen.
In de volgende
generatie werd zoon Cornelis de hoofdbewoner van Langdonksestraat 10. Hij is op
veertigjarige leeftijd (op 28 mei 1862) getrouwd met Johanna Dekkers, die geboren was op 3
mei 1835. Cornelis overleed op 10 februari 1903 en Johanna stierf op 19 mei 1910. Ze
hadden zeven kinderen. Op 13 april 1863 werd dochter Catharina geboren, die later zou
trouwen met Petrus van Wesel. Op 29 mei 1869 werd zoon Antonius geboren (nadat een jaar
eerder, op 26 april 1868, ook al een Antonius geboren was, die na drie maanden was
overleden). Het was deze Antonius die de boerderij overnam. Hij trouwde op 6 augustus 1912
met Petronella Zegers (geboren 18 april 1869). Zij kregen geen kinderen meer.
In het gezin van
Cornelis Broos en Johanna Dekkers werden op 5 december 1865 ook nog Antonetta en op 18
juli 1872 Johannes geboren. Dat waren Jan en Aant die samen tot 1943, ongetrouwd, gewoond
hebben op Langdonksestraat 6. Aant stierf op 10 september en Jan op 30 september 1943. De
woning Langdonk 6 werd daarna van Cees van Wesel gehuurd door Marijn en Hendrien van de
Weijgert, totdat eind jaren vijftig Toon van Wesel, zoon van Cees, een nieuwe woning
bouwde in den hof van Langdonk 6.
Antonius Broos en
Petronella Zegers bleven op Langdonk 10 boeren tot 1928. Toen gingen ze rentenieren op de
Burgerhoutsestraat in Roosendaal. De boerderij werd toen overgenomen door Cornelis van
Wesel, geboren 19 januari 1890, als zoon van Petrus van Wesel en Catharina Broos. Hij nam
dus de boerderij over van Oom Toon. Cornelis van Wesel kwam toen uit Huybergen. Zijn
eerste vrouw, met wie hij maar korte tijd getrouwd was en van wie hij geen kinderen had,
was overleden toen hij op 17 februari 1925 trouwde met Maria Dimphna van Agtmaal. Zij
hebben eerst nog een tijdje in Huybergen geboerd, voordat ze naar Langdonk kwamen. Vanaf
1928 waren Cees en Mie van Wesel de hoofdbewoners van Langdonk 10. Ze kregen zes kinderen.
Hun zoon Christ nam als laatste het bedrijf over. Hij was er boer tot de afbraak in 1972.
Langdonksestraat 1 en 10
Cornelis Broos,
zoon van Marijn Broos en Johanna van Osta, was de jongste van het gezin. Hij was bij zijn
ouders blijven wonen en hij had dus in 1822 de ouderlijke hoeve aan de noordkant van de
Langdonksestraat geërfd. Cornelis bleef ongetrouwd. Hij heeft nog een kleine twintig jaar
op Langdonk 1 geboerd, tot zijn dood op 5 juni 1841. Notaris Van Vught heeft in drie aktes
de gebeurtenissen na de dood van Cornelis beschreven.
Op de 30ste
juni van hetzelfde jaar heeft hij een zeer interessante beschrijving gemaakt van de
openbare verkoping van de onroerende goederen van Cornelis Broos. De koopdag is gewoon op
de boerderij, Langdonk 1 dus, gehouden. Alles wat verkocht is wordt in een lange lijst
opgesomd: het gaat van schoppen, rieken, mestvorken, koperen ketels, karntonnen, borden,
bindtouwen naar koeien, varkens, een veulen en een eerdkar en verder alles wat in die tijd
op een boerderij aanwezig was. De kopers waren op de eerste plaats de twee ook op Langdonk
wonende broers van Cornelis en zijn zuster Adriana, die intussen voor de tweede keer
weduwe geworden was. Maar verder worden ook veel andere kopers genoemd. De meeste zullen
in de buurt gewoond hebben; de bekende namen keren steeds terug: Van Gogh,
Dekkers,Vergouwen, Nuyten, Looyen, Wittenbols, Uitdewilligen, Van Pul, Peeters enz. De
duurste koe werd verkocht voor 82 gulden. Een haargetouw deed twee kwartjes. Die koopdag
op Langdonk zal beslist een gezellige bijeenkomst opgeleverd hebben. De totale opbrengst
van de koopdag was f.1231.-.
Op 4 december 1841
beschreef notaris Van Vught de boedelscheiding van Cornelis Broos. De erfgenamen waren
zijn twee broers Servatius en Antonius en zijn zuster Adriana. De opbrengst van de koopdag
werd ingebracht, totaal was er te verdelen f.7494.-. Elke erfgenaam kreeg evenveel,
ongeveer 2500 gulden. Maar broer Antonius, die aan de overkant van de straat woonde, erfde
in feite de boerderij, geschat op 5000 gulden. Hij moest dus zijn broer en zuster met geld
schadeloos stellen. Een derde akte van Notaris Van Vught op 11 december 1841 toont aan dat
Antonius om deze bedragen te kunnen betalen geld ging lenen (4000 gulden) bij Petronella
Roeken, de weduwe van Gerard Aarde.
Antonius Broos was
64 jaar toen hij al deze regelingen trof. Hij deed het omdat hij zijn zoon Adrianus, die
toen 25 jaar was, boer wilde maken op Langdonk 1. Dat is ook gebeurd. Dus toen
ontstond de situatie dat twee broers op de twee tegenover elkaar liggende boerderijen op
Langdonk boer waren: Cornelis op Langdonk 10 en Adrianus op Langdonk 1. Er was wel een
flink leeftijdsverschil : Cornelis is zes jaar jonger en ook nog oud getrouwd, pas in
1862, zijn kinderen waren van na 1863. Het eerste kind van Adrianus werd al in 1844
geboren. Maar voorlopig was hier dus weer sprake van een onverdeelde boedel. In feite
woonde Cornelis bij zijn ouders in en Adrianus had aan de andere kant van de weg een jong
gezin. De boedelscheiding vond pas plaats op 12 augustus 1863 (bij Notaris van Gilse) toen
de beide ouders, Antonius Broos en Catharina Kerstens, overleden waren. Catharina was
overleden op 22 april 1852 en Antonius op 31 maart 1863. Bij de verdeling leefden nog vier
kinderen: Adrianus, Cornelis, Jacobus en dochter Johanna. Twee kinderen waren in 1841 kort
na elkaar overleden: dochter Maria op 21 februari op 23-jarige leeftijd en zoon Johannes
op 16 maart op 21-jarige leeftijd. De nog in leven zijnde kinderen erfden elk eenvierde
part, maar in feite was het alleen een bevestiging van de bestaande situatie. Dochter
Johanna erfde losse grond en geld en zoon Jacobus (nog wel de oudste zoon, geboren 26 mei
1812) die ook geld en grond had geërfd, liet per testament van 19 maart 1865, dus al twee
jaar na de deling, weten dat hij al zijn bezittingen naliet aan zijn broer Adranus
bij wie hij thans inwoont. Zo was er weer van iets minder versnippering
sprake.
Langdonk 1
Adrianus Broos is
op 25 november 1843 getrouwd met Johanna van Gastel. Zij was geboren op 21 augustus 1814
in Rucphen, ze is overleden op 23 februari 1889. Haar man Adrianus stierf op 5 juli
1890. Hun kinderen werden geboren tussen 1844 en 1858 en hun boedelscheiding is
opgemaakt op 16 september 1891 door notaris A.J. van Mens. Dus van 1841 tot 1890 zijn
Adrianus en Johanna de hoofdbewoners geweest van de boerderij Langdonk 1. Bij de
boedelscheiding in 1891 worden de namen van acht kinderen genoemd: vier zonen en vier
dochters. Drie dochters waren getrouwd (met Mathijs Jongenelen in Halsteren, met Cornelis
Damen te Wouw en met Johannes Bakx, winkelier, te Roosendaal). De vierde dochter Maria
Catharina (geboren op 6 december 1856) was nog niet getrouwd, maar ze trouwde een maand na
de akte van boedelscheiding met Hubert van Kalmthout uit Gastel (op 28 oktober 1891). De
vier zonen waren in 1891 allemaal ongetrouwd. Een van hen was Antonius Cornelis, geboren
14 april 1854. Hij was priester, op het moment van de boedelscheiding in Koewacht. Later
is hij pastoor geworden in Borgvliet. De drie andere zonen woonden op Langdonk. Johannes
Arnoldus (geboren 2 september 1849) en Petrus (geboren op 7 februari 1853) zijn hun hele
leven ongetrouwd gebleven en woonden dus ook toen hun ouders stierven nog op Langdonk 1.
De boedelscheiding van 1891 ging niet erg ver: de dochters werden uitgekocht, maar het
gedeelte dat voor de vier broers bestemd was, bleef in feite onverdeeld. De geschatte
waarde van wat de vier broers samen erfden was f.35.275.- Dus de broers Johannes Arnoldus
(geboren 2 september 1849), Petrus (geboren 7 februari 1853) en Franciscus (geboren 2
december 1858) waren samen met de pastoor van Borgvliet, Antonius Cornelis, (geboren 14
april 1854) in het bezit van veel grond aan de noordkant van de Langdonksestraat. Pas na
1907 worden de eigendomsrechten enigszins uitgesplitst. Intussen is het wel duidelijk
geworden dat de broers Jan en Piet Broos (het zijn de oudste leden van de familie van wie
nog fotos in het familiebezit zijn) op de boerderij Langdonk 1 zijn blijven wonen en
dat Franciscus (Suske Broos) op Langdonk 3 (dus de latere boerderij van de familie
Gommers) zijn intrek genomen had. Wanneer dat precies gebeurd is en waarom is mij nog niet
duidelijk. Ook niet of de boerderij, de woning, Langdonk 3 al langer bestond of pas in de
negentiger jaren van de negentiende eeuw gebouwd is.

Boerderij Langdonksestraat 3 (fotocollectie: Jeanne Gommers)
Eigendomsrechtelijk
was de zaak er ook niet helderder op geworden nadat Franciscus Broos op 43-jarige
leeftijd, in 1901, alsnog getrouwd was met de weduwe Johanna van Tilburg, die eerder
gehuwd geweest was met Marinus Johannes van Aart, van wie zij vier dochters had. Ook zij
had weer haar inbreng in het grondbezit van de familie. Met Marijn van Aart had ze gewoond
op de Tolberg. Een blok grond die later op Langdonk steeds bekend stond als De
Watermolen, gelegen aan de Watermolenbeek, had zij ingebracht.
Na zijn huwelijk is
Franciscus Broos verhuisd naar Langdonk 1, met zijn echtgenote, haar vier dochters en ook
nog haar moeder, de weduwe Catharina van Tilburg-Wagemakers, die op 23 maart 1909
overleden is. De broers Jan en Piet zijn toen op Langdonk 3 gaan wonen.
Pas in 1907 gaan de
broers over boedelscheiding nadenken. Op 3 augustus 1907 maakten ze een eind aan de
onverdeeldheid. Jan, Piet en Suske verdeelden de grond. Het is niet gemakkelijk vast te
stellen wie precies welke grond erfde en wie vanaf welk moment waar woonde. Maar zo
belangrijk is dat niet, gezien wat er volgde. De pastoor Antonius Cornelis Broos wordt
schadeloos gesteld met geld. Op 23 augustus 1907 gaat hij naar notaris Schermer in Bergen
op Zoom om zijn testament te laten maken. Het grootste deel van de tekst is gereserveerd
voor de regeling van zijn begrafenis, het gezongen jaargetijde en de tweehonderd heilige
missen die voor hem moeten worden opgedragen. Verder wijst hij zijn broer Petrus aan
als degene die al de zaken zijner nalatenschap in bezit moet nemen tot het tijdstip van
het verlijden der akte van scheiding. De pastoor is op 23 mei 1908 overleden
Op 19 maart 1923
wordt het testament opgemaakt van Petrus Broos. Hij gaf duizend gulden aan de kerk voor
missen voor zichzelf, voor zijn ouders en voor zijn overleden broers. Ook voor zijn broer
Johannes Arnoldus met wie hij altijd had samengewoond en die intussen overleden was, op 17
augustus 1920. De vier zussen zijn hierbij geheel uit het gezichtsveld verdwenen. Maar de
belangrijkste bepaling was toch dat hij tot enige en algemene erfgenaam benoemde zijn
broer Franciscus. Petrus overleed op 8 juni 1923.
Intussen waren in
het gezin van Franciscus en Johanna van Tilburg nog twee kinderen geboren: Adrianus
Antonius op 30 mei 1902 en Antonius Petrus Marinus op 3 augustus 1908. Samen met de vier
dochters uit het eerste huwelijk van Johanna van Tilburg en aanvankelijk ook haar moeder
waren dat dus de bewoners van Langdonk 1, zo van 1901 tot ongeveer 1925
Want op 15 oktober
1923 verhuurt Franciscus Broos aan Jan Gommers (geboren op 8 maart 1899 in Rucphen), die
op 31 juli 1923 getrouwd was met Johanna Maria van Aart (geboren 17 oktober 1895, op
Langdonk bekend als Sjo(ke) Gommers) de boerderij Langdonk 3. Die was dus kort tevoren
vrij gekomen door het overlijden van broer Petrus. Franciscus Broos had dus die hoeve aan
een van de dochters van zijn echtgenote Johanna van Tilburg overgedragen. Later kreeg de
familie Gommers deze boerderij wel in eigendom, wanneer precies is mij niet bekend. Leden
van de familie Gommers hebben tot de ontruiming op deze plek gewoond.
Een andere dochter
van Johanna van Tilburg, Maria Christina van Aart (geboren op 28 mei 1897, overleden 15
maart 1974) trouwde met Cornelis Wijnen. Zij bouwden een nieuwe woning aan de
Zundertseweg, op en met grond uit de oude verervingen. Zij kregen drie dochters. De
jongste dochter, Nelly Wijnen, trouwde met Christ Peeters. Zij waren de laatste bewoners
van dat pand in die familielijn.
De dochter
Petronella (van Aart) trouwde met Piet Schepers. Zij woonden aan de Bredase Weg. En de
vierde dochter, Francisca Catharina (geboren 22 november 1892, overleden op 12 mei 1980)
trouwde met Janus van Oers. Zij gingen op de Kortendijk wonen. Hun zoon Sjaan van Oers was
later ook een Langdonker: hij woonde op nummer 4.
Franciscus (Suske)
Broos is overleden op 12 november 1925. Zijn twee zonen waren toen 23 en 17 jaar oud.
Samen met hun moeder hebben ze zo even verder geboerd. Ongeveer vijf jaar, want Janus
Broos trouwde in 1930 met Catharina Jansen. En zij bouwden ook een nieuwe woning aan de
Zundertseweg, op grond die al heel lang tot het familiebezit hoorde. Ze kregen twee
kinderen: Frans en Annie Broos. Ook deze familie bleef tot het einde daar
wonen.
Johanna van Tilburg
bleef op Langdonk 1 wonen. Op 23 juni 1931 trouwde haar jongste zoon Antonius met
Petronella (Pietje) Simons, die op 14 december 1906 in Wouw geboren was. Ze kregen vijf
kinderen. De laatste jaren van haar leven bracht Johanna van Tilburg door bij haar dochter
Maria Christina op de Zundertseweg. Ze overleed op 2 april 1946.
Maar enkele weken
na het begin van de oorlog, op 25 juli 1940, was Toontje Broos overleden aan een
astma-aanval tijdens de gerstoogst. Pietje Simons hertrouwde met Franciscus Elsten op 19
mei 1942. Ze kregen nog twee kinderen, waarvan de eerstgeborene slechts twee dagen geleefd
heeft. Van hun tweede kind staat de naam onder deze tekst. Dit gezin met zes kinderen
woonde in de jaren veertig en vijftig op Langdonk 1. Petronella Simons overleed 13 maart
1966. Nadat de andere kinderen in de jaren zestig getrouwd waren, was zoon Frans Broos de
laatste bewoner van de boerderij Langdonk 1.
Nawoord
De oplettende lezer
zal in het voorafgaande nog veel open eindjes aantreffen. In veel gevallen komt dat omdat
ik ervoor gekozen heb de stof beperkt te houden. Bij vrijwel iedere genoemde persoon is
het mogelijk nog weer meer over de voorgeschiedenis te vermelden, maar daarvoor heb ik
niet gekozen. Aan de andere kant zijn er ook veel onderwerpen waarover ik graag meer
gegevens gehad zou hebben. In die gevallen weet ik eenvoudig niet waar ik ze zou moeten
zoeken, in andere gevallen heb ik nog niet de tijd genomen de bewuste informatie op te
sporen. Wat natuurlijk in dit opzicht het meest opvalt, is dat de bovenstaande feiten
helaas een groot deel van de beschrijving van het grondbezit op Langdonk achterwege laten.
Het grondbezit van de boerderijen Langdonk 12 (Muys-Looyen) en Langdonk 8 (Romme) blijft
nagenoeg geheel buiten beeld, terwijl het hierbij toch om een respectabel deel van het
grondbezit gaat, met eveneens een lange traditie. Op de boerderij van Muys-Looyen prijkte
naar mijn herinnering het jaartal 1777, terwijl de boerderij van Romme beslist ook een
hoge leeftijd had. Misschien kan deze lacune in de toekomst nog ingevuld worden.
Teleurstellend vond
ik zelf bij mijn opzoekingen dat ik eenvoudig nooit iets tegenkwam over de ouderdom van de
gebouwen op Langdonk. Wie heeft bij welke gelegenheid al die oude hoeves neergezet en
waarom daar en waarom zo? Waarom stond de boerderij van Romme bijvoorbeeld zo
achterstevoren, met de achterkant afgewend van het eigen grondbezit? Ook bij deze vragen
hoop ik in de toekomst nog eens degelijke antwoorden te lezen.
Tenslotte kan een
beschrijving als deze natuurlijk veel interessanter worden als de genoemde personen met
aanvullende gegevens wat meer tot leven komen. Naspeuringen in allerlei aanvullende
archieven (rechterlijke, militaire, van het verenigingsleven enz.) kunnen nog leuke
resultaten opleveren. In de tekst zelf heb ik al laten merken dat ik het interessant vind
meer te weten te komen over de vraag hoe deze mensen de grote gebeurtenissen uit de
wereldgeschiedenis meebeleefd hebben. Hoe zijn ze bijvoorbeeld de Franse tijd doorgekomen?
Soms roept de bovenstaande beschrijving zelf ook al vragen op. Hoe kwam het dat in één
gezin zomaar binnen een paar weken twee kinderen van een jaar of twintig oud sterven? Was
er een griepepidemie of iets dergelijks? Ook al die broers en zussen die bij een latere
verdeling er gewoon niet meer zijn, stellen ons voor raadsels. De kindersterfte was
natuurlijk enorm, maar er zullen ook kinderen bijvoorbeeld kloosterling geworden zijn of
in een heel ander gebied werk gezocht hebben. Ook lijken de stukken ook wel eens gegevens
te bevatten die erop duiden dat iemand wel een erfenis ontvangt maar er duidelijk blijk
van geeft niet voor het eigen erfdeel te kunnen zorgen. Gaat het in zo een geval om een
geestelijk gehandicapte erfgenaam?
Kortom: ik heb
geprobeerd in al het materiaal dat ik vanaf ongeveer 1965 verzameld heb, wat ordening aan
te brengen. Ik ben hierbij nog dank verschuldigd aan Servé Broos uit Kruisland, die in de
jaren tachtig vanuit de Kruislandse tak van de familie Broos veel onderzoekingen heeft
gedaan naar het grondbezit van zijn voorouders. Hij hield mij toen steeds van de
resultaten op de hoogte. Dankzij hem ben ik in het bezit van veel oude testamenten,
boedelscheidingen en een tiental (zeer) oude bidprentjes. Helaas is Servé Broos
alweer een aantal jaren geleden overleden.
Ik hoop met deze
tekst de interesse voor de geschiedenis van Langdonk een beetje gestimuleerd te hebben.
Voor verbeteringen en aanvullingen heb ik veel belangstelling.
30 november 2004
C.C.A. Elsten
c.elsten@planet.nl
«home |